De converteerbare lening als financiering: in wiens belang?
Een investeringsmethode die al langere tijd populair is onder startups, maar ook bij meer ‘volwassen’ ondernemingen, is de convertible note, ofwel de converteerbare lening.
Een investeringsmethode die al langere tijd populair is onder startups, maar ook bij meer ‘volwassen’ ondernemingen, is de convertible note, ofwel de converteerbare lening.
Bij mijn werk als faillissementscurator en advocaat merk ik nog wel eens dat bestuurders onaangenaam verrast worden als zij er op worden gewezen dat zij een bedrag in rekening-courant verschuldigd zijn aan de rechtspersoon waarvan zij bestuurder zijn. Als een dergelijke vordering bestaat is deze als het goed is duidelijk in de administratie vermeld. Toch realiseren sommige bestuurders zich niet wat de gevolgen hiervan zijn.
Veel ondernemers hebben er mee te maken (gehad): rentederivaten. Vanaf 2007 was de vraag naar langlopende financieringen met een vast rentepercentage namelijk groot. Voor banken daarentegen was het – als gevolg van ontwikkelingen binnen de financiële markt – steeds moeilijker een langlopende financiering aan te bieden tegen een acceptabele vaste rente. Een alternatief was een langlopende financiering met een rentederivaat. Een product waarmee de stijgende Euriborrente zou worden opgevangen ten gunste van de ondernemer.
Voor faillietverklaring is vereist dat een schuldenaar verkeert in een toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Er kan slechts sprake zijn van een dergelijke toestand als er meer dan één schuldeiser is (de zgn. pluraliteit van schuldeisers).
Wij zijn een Rotterdams advocatenkantoor dat zich richt op juridische dienstverlening aan bedrijven. Onze advocaten hebben door kennis van de diverse branches een grotere voorsprong.
Op 12 april 2018 heeft de kantonrechter geoordeeld dat franchisegever de persoonlijke toeslagen van overgenomen personeel niet mag afbouwen en die toeslagen moet verhogen met de cao-loonsverhogingen.
Begin dit jaar heb ik een artikel geschreven over het nut en de noodzaak van een postcontractueel non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst. Dat dit onderwerp actueel blijft, blijkt onder andere uit het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland dat op 4 april 2018 is gepubliceerd.
Op 20 maart 2018 heeft de rechtbank te Amsterdam het faillissement uitgesproken van Wayahead B.V. Dit is de moedermaatschappij van de kledingketen SuperTrash. Hierbij is mr. S.A. Voermans van het kantoor Levenbach Advocaten benoemd tot curator. Op 27 maart 2018 zijn ook dochters 2Stepzahead B.V., ST Holding B.V., Supertrash International B.V. en Supertrash Retail B.V. gefailleerd. Hierbij is dezelfde curator benoemd. De faillissementen betreffen het hoofdkantoor en de eigen winkels van SuperTrash en niet winkels die eigendom zijn van franchisenemers.
Een onderneming waarvan het faillissement is uitgesproken desintegreert vaak in een rap tempo. Klanten, leveranciers en werknemers zijn ongerust. Werknemers gaan rondzien naar een andere werkgever. De klanten gaan op zoek naar een andere aanbieder. Een onderneming is als functionerende eenheid waardevoller dan de afzonderlijke delen. Een faillissementscurator beoogt daarom vaak zo snel mogelijk de onderneming in haar geheel te verkopen (een doorstart).
Binnen een franchiserelatie is het niet ongebruikelijk dat de franchise- en huurovereenkomst met elkaar zijn ‘gekoppeld’. Dit betekent dat als de franchiseovereenkomst eindigt alsdan eveneens de huurovereenkomst eindigt en vice versa. Dit betreft echter een afwijkend beding, dat in beginsel in strijd is met de wet, tenzij de kantonrechter het afwijkend beding goedkeurt.